Muziek, magie, humor en spektakel in The Great Wonder.

Pepijn Gunneweg, voormalig Ashton Brother, had een paar jaar niet op het toneel gestaan – jaren dat hij veel voor de televisie werkte – maar voelde dat hij weer het theater in moest. Nu is hij terug, met The Great Wonder, een soloprogramma vol muziek, acrobatiek, variété, kleinkunst en magie, de combinatie waarvoor Gunneweg heeft bewezen een speciaal talent te hebben.

 

In zijn repetitielokaal – vol stellages, goocheltrucs, muziekinstrumenten, hoge hoeden en hier en daar een verdwaald konijn – legt hij de oorsprong van zijn ambitieuze comeback uit.

 

‘De liefde voor magie begon voor mij in Avignon, waar ik als kind op vakantie was met mijn moeder en zus. Er was iets aan de gang, iets groots, met allemaal vreemde figuren, interessante mensen. Er was een hypnotiseur die mensen op straat in betovering bracht. Na zijn act, toen iedereen weg druppelde, bleef ik hangen. Hij deed een trucje voor mij, liet een muntje verdwijnen in zijn handen, dat terugkwam in een luciferdoosje. Dat was voor mij echt, ja, het grootste wonder dat ik óóit had gezien. “Er is dus méér tussen hemel en aarde”, dacht ik enigszins dramatisch, maar zo’n indruk maakte het op me. Bij deze mensen wilde ik horen, kosten wat het kost.

 

Vanaf toen was het: studeren, oefenen, het langzaam onder de knie krijgen. Veel uitproberen op mijn zusje. Op een gegeven moment merk je dat je het wonder verricht terwijl je het zelf misschien niet eens doorhebt, omdat je zo technisch bezig bent. Maar dan zie je de reactie bij je publiek en snap je: een wonder. In alles wat ik doe, zoek ik dát. Het fascineert me.’

 

Je ging vervolgens naar de Kleinkunstacademie, niet bepaald een goochel- of variété-opleiding. Was je daar niet verdwaald?
‘Ja ik was enorm verdwaald, het eerste jaar was echt zoeken. Maar dat kwam in het tweede jaar goed, toen zijn de Ashton Brothers ontstaan – we vónden elkaar – en dat was fantastisch. Binnen school waren we met onze acrobatische acts en ons variété wel een vreemde eend in de bijt. Maar we werkten keihard. Op een gegeven moment zaten we achttien uur per dag in een lokaaltje dingen uit te proberen.’

Na bijna zestien jaar in de Ashtons moet Gunneweg het vijf jaar geleden over een andere boeg gooien. Na honderden voorstellingen en intensieve tournees, het land door en zelfs de wereld over, was de koek voor hem op. Tijdens een van zijn halsbrekende toeren was Gunneweg gevallen van tweeëneenhalve meter hoogte, wat hem angstiger dan voorheen maakte. Het drukte hem met zijn neus op de feiten.

‘Want: je kán vallen. Letterlijk, van een van die stellages, we waren halve acrobaten geworden. Met die angst wilde ik iets doen, dus ging ik op zoek naar een circusdiscipline om er overheen te komen. Ik kocht een Chinese pole van bijna tien meter: een paal om acrobatische toeren mee uit te halen. De eerste keer dat ik daarin klom dacht ik: ‘Wat dóe ik, waarom wíl ik dit?’ Nu, anderhalf jaar later, is de angst helemaal weg en klim ik hoger dan ooit tevoren.’

 

Waarom voelde je dat je het theater weer in moest?
‘De magie was in mijn laatste jaren op het toneel ver te zoeken geweest. Een paar jaar heb ik niet in het theater gestaan, ik had de kans nodig om mezelf opnieuw uit te vinden. In 2017 vierden Mini en Maxi hun vijftigjarig jubileum in een uitverkocht Luxor. Ik mocht er ook optreden. Ik was de hele dag bezig geweest in een televisiestudio, daarna stapte ik in de auto en reed naar Rotterdam. Ik deed mijn act van het mannetje met de het stemmetje, de ukele en z’n gevecht met de microfoon – een solo die had ik bij de Ashton Brothers honderden keren gedaan. Het voelde alsof ik terug in een wereld stapte waarin ik echt thúis was. De magie was weer terug.’

 

En toen heb je vrij snel die paal gekocht.
‘Ja, haha! Maar ik was al een paar jaar geleden gestopt, en daarna níks meer aan mijn conditie gedaan. Ik was nergens meer. Met een buikje en alles. Die eerste keer dat ik in die paal hing… was huilen. Ik kwam geheel buiten adem boven. Nu ben ik elke dag aan het klimmen, aan het trainen – heerlijk. Het is bijna sadomasochistisch. Jezelf uitdagen, uitputten, om tot het uiterste te gaan. Ik moet nog veel trainen tot aan de voorstellingen. Als ik alles wat we nu bedacht hebben op één avond achter elkaar doe, wordt het echt een tour de force. We zullen zien of ik het aankan!’

 

Waar moest de voorstelling voor jou over gaan?
‘Het woord verwondering kwam al snel boven. Als je kijkt naar mijn helden – Kermit de Kikker, Charlie Chaplin, Penn & Teller, David Copperfield – wat is dan de gemene deler? Het is wat ze in het Engels The dreamer noemen, het gaat om de verwondering. Dat je van bijna niets iets kan maken, een wereld kan creëren, dat je de mensen kan dwingen om met jou in die gedachten mee te gaan.’

Als we met de Ashtons bij een try-out een overgang niet haalden en er een paar minuten gevuld moesten worden, zei ik: ‘Doe het voordoek maar dicht, ik ga er wel voor staan en iets in die minuten.’ Had ik iets bedacht met een vissenkom en een goudvis, een ballonnetje aan een touwtje, zelf wist ik eigenlijk ook niet precies wat ik ging doen. Maar dan dééd ik het gewoon. Zoiets repeteren lukt mij niet, ik kan het pas echt doen als het zover is. Dan krijg je cadeautjes, dan gebeuren echt wondertjes. Veel van die geïmproviseerde scènes vormen de basis van wat later mijn beste materiaal is geworden. Omdat het dan echt moet, omdat het erop aankomt, dan ben ik op mijn best.’

 

De Ashtons waren non-verbaal. Ga jij tekst gebruiken?
Ik vind het leuk om een wereld te creëren, met de typetjes die daarbij horen. In de voorstelling zit een spreekstalmeester die de mensen in de voorstelling meeneemt, maar hij gebruikt meerdere talen in zijn verhaal, het is geen geschiedenis van A tot Z. Het is een verhaal over verwondering. Over de liefde. Over het leven en de dood. Conferences ga ik niet doen, maar zingen wel. Er wordt veel gezongen!. En als ik even geen tekst gebruik, is er muziek van mijn prachtige vierkoppige band. De beelden die ik in mijn hoofd heb worden door hen versterkt, ze maken ze nog grappiger, ontroerender, dramatischer, poëtischer. En als dat nog niet genoeg is, hebben we altijd nog de gedresseerde kip. Wonderlijke types die mijn magische wereld met hun muziek nog meer betoveren. Met z’n vieren zijn zij een heel orkest.’

 

Het is muziek, magie, humor en spektakel
Ik wil magie vermengen met Monty Python. It’s time for something completely different. Je moet mensen altijd een stap voor kunnen zijn. Alleen magie is niet genoeg, alleen lachen is ook niet genoeg. Ik wil de mensen ook raken, met mijn muziek met mijn fysiek en met mijn illusies. En als ik met een ballonnetje bezig ben dat een visje voor moet stellen, ik stap op dat ballonnetje en iedereen zegt verbijsterd: ‘AAAAAAAAAHHHHHH!’, dan is dat gewoon héérlijk. Dát moet je hebben. Dan heb ik het goed gedaan. Zij geloven in die vis, en ik geloof op dat moment ook in die vis. Dat is het wonder dat we samen maken.’

 

Tekst: Gijs Groenteman

 

Koop via deze pagina kaarten.
 

Cookies
We gebruiken cookies om uw bezoek aan deze website zo plezierig mogelijk te maken. We onthouden bijvoorbeeld uw persoonlijke instellingen.
klik hier voor meer informatie